Blinde ogen van 100 jaar oud kijken dwars door mij heen. Terwijl haar oude handen – met nog fijnere lijnen dan die in haar gezicht – naar mijn hand zoeken. Onze vingers die elkaar raken overbruggen twee generaties. Ze vormen een houvast om haar verhaal te kunnen dragen. In een wereld die alle kleur en vorm verloor toen haar zicht verdween.

Haar wereld. Een witte mist. Gevuld met de geluiden en verhalen die mensen van buiten mee naar binnen nemen voor haar. En haar handen, die haar helpen om de weg te vinden in het huis dat ze niet meer kan verlaten. Handen die zich de vormen van de deurposten, de schouw, het bed, de oude tafel en de stoelen herinneren. Handen die zich de geschiedenis van dit oude huis herinneren.

Het heden en de toekomst kan ze niet meer zien. Maar het verleden wel. Alsof gisteren vandaag is. Hier. In de donkere voorkamer waar we tegenover elkaar zitten. Op de plek waar ooit een kraambed stond en een grote herdershond stilletjes naast een huilende vrouw in het bed ging liggen.

Alsof gisteren vandaag is; toen ze nog kon zien. Maar wat ze wilde zien snel van haar werd weggenomen. Toen de stilte schreeuwde waar haar hart om vroeg. Smekend om haar lege armen vast te laten houden wat uit haar was geboren.

Maar er werd voor haar besloten. Dat ze niets mocht zien, niets mocht weten en om niets mocht vragen.

Alleen de hond beantwoordde haar tranen. Ging naast haar liggen, die volgende ochtend toen ze nog steeds niets had mogen zien en weten. Toen haar man door de voordeur verdween met een klein kistje in zijn armen. Oorverdovend zacht hoorde ze de deur in het slot vallen. En de leegte waar het huis zich mee had gevuld zette nog verder uit.

Het lichaam van een klein meisje werd gedragen door haar vader.

Niet naar de kerk voor haar doop, maar naar ongewijde, heilige, grond. Waar liefdevolle wensen en dromen, voor de kinderen die hun ogen niet of veel te kort hadden geopend, teruggegeven werden aan de aarde. En terwijl het kistje verdween in de diepte, met slechts een boom die de plek markeerde waar hij zijn kind begroef, brak een man die nooit huilde in radeloze tranen uit.

Door blinde ogen van 100 jaar kijk ik mee. Ben ik voor even de jonge vrouw met haar fiets aan de hand. Starend over het hek. Zoekend naar een boom. Naar de plek waar ooit het lichaam van een klein meisje – dat van haar moeder de naam Anna kreeg – op aarde was geland.


Copyright © 2024
Gebruik van deze tekst, in welke vorm dan ook, is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming en met naamsvermelding van de auteur.


Uitgelichte afbeelding: Pok Rie via Pexels.com

Categorieën: RouwStilgeboorte