De vogel was gevlogen
Op de dag van zijn uitvaart kwam ik erachter dat hij het raam van het atelier was vergeten te sluiten. Dagenlang had het opengestaan, niemand had ingebroken… maar de vogel was gevlogen.
Op de dag van zijn uitvaart kwam ik erachter dat hij het raam van het atelier was vergeten te sluiten. Dagenlang had het opengestaan, niemand had ingebroken… maar de vogel was gevlogen.
Vraag me niet naar spijt. Vraag me naar mijn pijn. Onuitgesproken maar voelbare pijn. Zichtbaar voor de mens die aanwezig durft te zijn. Durft toe te kijken. In stilte. Meehuilt.
Onze blikken verstrengelden met elkaar. Ze hoopte waarschijnlijk dat ik het niet zou vragen. Ik deed het toch. Ik had het nodig; iets tastbaars van wat voor altijd onzichtbaar zou blijven.
Wie weet, waar hij is terechtgekomen toen zijn ziel losliet en ik nog wanhopig zijn hand vasthield. Wie weet, waren het alsnog de bergen waar hij zijn laatste oversteek maakte en definitief losliet.
‘Geen tijd! Geen tijd! Hoezeer het mij ook spijt!’ riep het konijn met het horloge. Geen tijd om te helen. Geen tijd om te huilen. Geen tijd om stil te staan. Geen tijd om terug te blikken. Geen tijd!
Onbewust verdween hij al zo lang. Zijn blik gericht op iets wat ik niet kon zien. En ondertussen slikte ik al mijn tranen in, doodsbang dat hij zich om zou draaien en mij zou zien huilen.